Fanilla.nl
14/5/18 | Posted in Reizen

reisverslag lombok

Bijna een jaar geleden stapte ik in het vliegtuig naar Indonesië. Eén verhaal van deze reis heb ik nog niet eerder met jullie heb gedeeld: het reisverslag van de Gili-Eilanden en Lombok. En dat terwijl Lombok mijn lievelingsdeel van onze reis was! Daarom maakte ik alsnog een verslagje, met heel veel fijne foto’s. De andere verhalen kun je hier allemaal teruglezen.

 

Gili Trawangan

Het laatste deel van onze reis begint op de Gili’s, een eilandengroep tussen Bali en Lombok. De bekendste drie eilanden heten Trawangan, Meno en Air. Als je er plaatjes van opzoekt, lijken het stuk voor stuk hemelse paradijzen. Na een aantal weken zonder feestjes besluiten Meike en ik eerst naar Gili Trawangan te gaan, want dat staat bekend als het feesteiland en stiekem zijn we daar wel benieuwd naar.

Nadat we een tijdje op het hindoeïstische Bali zijn geweest, is de omschakeling naar de Islamitische Gili’s weer even wennen. Vooral omdat daarnaast het halve eiland wordt ingenomen door feestgangers. Op straat loopt een vreemde mengelmoes van gesluierde vrouwen en halfnaakte meisjes. Op het eiland mogen geen auto’s komen en het vervoer gaat dus per fiets, te voet of te paard. Naar onze mening kiezen iets teveel mensen met iets teveel koffers voor zo’n arm paardje.


Meike tilde standaard alle lieve straatkatjes op

We huren een fiets en crossen het eiland over. Tijdens onze tocht, die niet langer dan een uur duurt, merken we nog meer vreemde tegenstellingen op het eiland. Aan het strand ziet alles er geweldig uit, maar wanneer we eenmaal de onverharde weggetjes inrijden, zien we heel veel vuilnis en zelfs een sloppenwijk. We vragen ons plotseling af wat we hier eigenlijk komen doen.

Eerlijk? Het eiland is een plaatje, maar we voelen ons ineens schuldig dat we hier een beetje dachten te gaan feesten.

Deze foto’s zijn allemaal gemaakt aan de goede kant van het eiland…

Uiteindelijk blijven we maar één of twee nachtjes in ons hostel. In het resort hierboven mogen we een middagje zwemmen met een Frans meisje dat we hebben leren kennen. Met de rest van de ‘feestgangers’ op het eiland (vooral veel Britten) klikt het minder. We gaan dus snel door naar het volgende eiland, Gili Air.

 

Gili Air

We zijn nog niet van de boot afgestapt of we merken al dat de sfeer hier veel fijner is. We slapen een paar nachten in een hostel dat bestaat uit allemaal kleine hutjes. Hier ontmoeten we leuke mensen en komen we zelfs een paar ‘oude vrienden’ tegen, die we al op Java hadden ontmoet.

We zwemmen in de zee, kijken een film in de open lucht en doen een fantastische snorkeltocht, waarbij we zelfs schildpadden zien. Ja, hier is het echt wel een paradijselijk leven. Toch is ook Gili Air heel toeristisch, en ik weet niet hoe goed dat is voor de lokale bevolking. Toerisme heeft natuurlijk goede en slechte kanten. Na een paar nachten nemen we, samen met de Nederlandse Paoline die we hier hebben ontmoet, de boot richting Lombok.

 

Kuta, Lombok

Raad eens wie daar weer een straathond aan het aaien is? 🙂

Jaaa, Lombok! Wat een heerlijk eiland. Onze eerste stop is Kuta, een kuststad. Daar huren we voor het eerst tijdens onze reis een scooter  (‘knalpot’ in het Indonesisch!). In het begin vinden we het allemaal nog eng, maar al snel racen we over de kleinste kronkelweggetjes naar de prachtigste stranden. Helaas wil mijn scooter na een uur niet meer starten, en dat is het begin van een… avontuur.

Een groep Indonesische puberjongens ziet dat we een probleem hebben en met z’n allen komen ze op ons af. Ze spreken geen Engels, maar in gebarentaal maken ze duidelijk dat er een monteur naar mijn scooter moet kijken. Ik mag bij iemand achterop en een andere jongen sleurt mijn scooter aan z’n hand mee. Meike probeert het tempo bij te houden, maar dat is onmogelijk: we schéuren door de bochten. Al na een paar minuten zijn we elkaar kwijt. Bij de monteur hangen ongeveer vijftien Indonesische jongens rond en een Oostenrijkse vrouw die hetzelfde lot heeft als ik. De monteur mijn scooter snel maken, maar vraagt er wel een belachelijk hoog bedrag voor. Dat had ik al verwacht, maar gelukkig lukt het me om af te dingen tot een normaal bedrag.

Er is geen verbinding, waardoor ik Meike pas na een uur terug vind. Ons eerste scooteravontuur beleven we dus solo, of nou ja: er steken geregeld kuddes geiten en koeien de straat over die onze ochtend toch gezellig maken. Eenmaal terug in Kuta vind ik zowel Meike als Paoline terug, die we al eerder waren kwijtgeraakt. Samen besluiten we alsnog een roadtrip te maken langs een aantal mooie stranden.

2017 in 4 ups en downs

Koeien steken dus niet alleen de weg over, maar lopen hier ook casual over het strand. Levert wel een leuk plaatje op, haha.

Op dit strand hierboven komen vooral Indonesiërs die rondom Kuta wonen. Alle vrouwen gaan hier volledig gesluierd de zee in, dus wij laten ook onze kleren aan – maar een duik in zee nemen we liever ergens anders.

Dit strand heette ‘Hidden Beach’, en dat was het blijkbaar ook echt: we hadden ‘m helemaal voor onszelf. De hemel.

De volgende dag rijden we meer het binnenland in. Overal worden we vrolijk begroet, met ‘HELLO SIR!’ of ‘BULEEE!!’ (een blanke!). Buiten Kuta zijn mensen het niet gewend om een blank gezicht te zien. Hoe meer je het binnenland inrijdt, hoe groter het effect.

In mijn reisdagboekje verwoordde ik het zo: ‘Mensen zijn écht in shock als ze ons zien. Alsof ze twee paarse beren in hardloopkleding voorbij zien vliegen’. Haha. We voelen ons er best ongemakkelijk bij, maar dit soort kindjes waren wel echt super lief!

Iemand een rood pepertje? 🙂

Hier zie je Paoline op de voorgrond en mij op de achtergrond. Kijk ons gaan haha, voor het eerst op een scootertje en meteen aan de linkerkant van de weg. Op deze tweede dag kregen we écht moed en reden we zelfs op de grote weg waar het ‘serieuze’ verkeer ons voorbij raasde. Soms belandden we spontaan in een optocht, zoals bij deze huwelijksceremonie. Zo tof! Al met al vonden we Kuta en omgeving echt geweldig, ik zou er meteen naar terug willen gaan.

 

 

Tetebatu

Onze tweede en laatste stop op Lombok is het mini dorpje Tetebatu, aan de voet van de Rinjani vulkaan. We verblijven in een homestay waar we wederom knotsgekke avonturen beleven. Die homestay was me wat hoor.

Een schets van onze eerste ochtend: het is half acht ‘s ochtends en Meike stapt in haar laken het bed uit… recht in een plas water. Onze kamer blijkt helemaal blank te staan, en heel wat spullen zijn doorweekt. Even later wil ik naar de wc gaan, waar een moddervette kikker me vanuit de pot uitlacht. Als we de eigenaar hierover vertellen, spoelt hij de kikker resoluut door met een emmer water. Hij zegt dat onze spullen (boeken, lonely planet…) heus wel zullen drogen en dat we maar in de kamer ernaast moeten gaan liggen. Die kamer is niet schoongemaakt. Er rent meteen een muis weg en over de muur lopen joekels van hagedissen. Welkom in Indonesië!

Toch moeten we de eigenaar te vriend houden, want hij zal ons de hele dag rondleiden door de rijstvelden en langs watervallen. De tour is ‘s ochtends heel tof: we zien van begin tot eind hoe rijst wordt verbouwd en helpen we zelfs nog even mee met oogsten. Maar rond twaalf uur stopt de tour plotseling, terwijl we voor de hele dag hebben betaald. Ook blijkt ons vervoer naar de haven, de volgende dag, ineens peperduur (relatief, maar toch). Als we hier wat van zeggen, worden we uitgelachen. De eigenaar doet alsof hij erg beledigd is doordat we hier wat van zeggen, en achter onze rug om wordt er over ons gepraat.

Natuurlijk, we zijn Nederlandse meisjes en we zijn súper bevoorrecht dat we rond mogen reizen aan de andere kant van de wereld. We willen gerust betalen, natuurlijk ook meer dan de standaard prijzen. Maar ik word wél boos van zulk sneaky gedrag. Dit was zeker niet de enige keer dat het gebeurde.

Maar goed, we besluiten extra geld te betalen om zelf te tour voort te zetten en laten het achter ons. Gelukkig maar, want de omgeving van Tetebatu is veel te mooi om boos te zijn. De grond rondom de vulkaan is super vruchtbaar en daardoor is deze hele buurt één grote groene oase. Om een voorbeeld te geven, dit was ons uitzicht tijdens het ontbijt:

Best oke, haha. Op de achtergond de Rinjani vulkaan! Deze hebben we niet beklommen omdat we van iedereen hoorden dat het écht extreem was, en onze conditie veel te wensen overliet. Misschien de volgende keer?

 

Ik heb een heel reisdagboek volgeschreven over onze avonturen in Indonesië. Deze reisverslagen waren daar een korte versie van. Wat een fantastische reis was het, met Meike als top reisbuddy. We hebben uiteindelijk slechts een klein deel van Indonesië gezien en ooit wil ik zeker terug naar dit bijzondere land. Sumatra, Borneo… mag het morgen?



0 comments

Return to Top ▲Return to Top ▲